Ik ben met judo begonnen toen ik in groep 6 van de basisschool zat. Ik was destijds een redelijke kwajongen. Het was zelfs zo erg dat sommige klasgenoten niet meer naar school durfden omdat ze zo bang waren voor mij. “Als dat zo doorgaat, zullen mensen onze zoon nog gaan nawijzen”, zeiden mijn ouders die zich zorgen maakten over mijn toekomst. Ze raadden me dan ook aan om op judo te gaan.

Mijn ouders hadden geen ervaring met judo, maar ze begrepen wel dat judo niet alleen maar draaide om winnen of verliezen en het verbeteren van technieken en kracht. Het was een krijgskunst met opvoedkundige waarde die was gericht op de groei van mensen.

“Judo draait niet om winnen of verliezen. Judo draait om persoonlijke groei.”

Reisuke Shiraishi-sensei als coach (midden van de foto)

En zo begon ik met judo. Dat dit mijn verdere leven zou bepalen, hadden mijn ouders natuurlijk nooit gedacht. Niet veel later kwam ik in aanraking met twee leraren. Mijn eerste leraar was Reisuke Shiraishi. (Overleden in 2015. De nabestaanden hebben geld aan de All Japan Judo Federation gedoneerd voor de promotie van jeugdjudo, waarna het Fonds Verspreiding en Stimulering Jeugdjudo is opgericht. Afkorting: Shiraishi-fonds.) Shiraishi-sensei leerde mij dat judo niet alleen draaide om techniek, maar dat het belangrijkste was dat ik alles wat ik via judo had geleerd toepaste in het dagelijks leven.

Wat hij bedoelde was dat de dojo en het dagelijks leven met elkaar waren verbonden, en dat als ik de leraar en de leerlingen in de dojo haast als vanzelfsprekend groette, ik dat na thuiskomst ook bij mijn ouders en op school ook bij mijn mentor en klasgenoten moest doen: jezelf overal en altijd net zo gedragen als in de dojo was “de zachte weg”, zo leerde Shiraishi-sensei mij. Onder zijn begeleiding verdween langzamerhand de ruwheid die mijn vrienden zo intimideerde, om uiteindelijk plaats te maken voor de droom om niet alleen een sterke judoka te worden, maar een échte judoka te worden.

Nobuyuku Satō-sensei

De tweede leraar was Nobuyuku Satō, die mij vanaf het tweede jaar van de middelbare school tot aan mijn terugtreden en de dag van vandaag heeft begeleid. Satō-sensei zei vaak: “Je kunt op eigen kracht en via eigen inspanning maar zo veel bereiken. Het gaat erom in hoeverre je mensen kunt betrekken, in hoeverre je organisaties in beweging kunt krijgen. Pas dan krijg je dingen voor elkaar.” Destijds was ik volledig gefocust op judo. Ik had oogkleppen op en verloor mijn omgeving uit het oog. Waarschijnlijk maakte Satō-sensei zich daar zorgen over. Hij leerde mij dat ik bij zo veel mogelijk mensen begrip moest kweken en als organisatie moest handelen. Een daadwerkelijke overwinning kon alleen bereikt worden met gezamenlijke inspanning.

“Judoën kun je niet alleen.”

Mijn kennismaking met judo en deze twee geweldige leraren is tot op grote hoogte bepalend geweest voor mijn karakter en mijn leven. Zonder judo was mijn leven heel anders gelopen. In die zin is het ook niet overdreven om te stellen dat judo “Yasuhiro Yamashita” echt heeft gemaakt tot de persoon die hij nu is.

Yasuhiro Yamashita, winnaar van de gouden medaille op de Olympische Zomerspelen 1984 en viervoudig wereldkampioen, in actie.

Zes maanden geleden heb ik Shōji Muneoka opgevolgd als voorzitter van de All Japan Judo Federation. Ik denk dat de federatie de afgelopen vier jaar flink is opgeschoten met de hervormingen, vooral dankzij de bestuurlijke aanwijzingen van het Kabinetsbureau.

Desondanks zijn er in de Japanse judowereld nog steeds problemen. De ernstige ongelukken tijdens trainingen zijn daarvan een voorbeeld. Om die te voorkomen, hebben we de Commissie Algemene Maatregelen tegen Ernstige Ongelukken opgericht en zijn er talloze maatregelen getroffen. Maar we zijn nog steeds niet zo ver dat ernstige ongelukken helemaal zijn verdwenen. We hebben daarnaast de Commissie Naleving opgericht om geweld en intimidatie volledig uit te bannen, maar er lijkt vooralsnog geen einde te komen aan het geweld binnen de dojo.

Er zijn dus nog steeds veel problemen. Daarom wil ik als nieuwe voorzitter van de federatie een judowereld creëren waarin waarden als de geborgenheid, veiligheid, vorming en opvoeding van mensen weer centraal komen te staan. Een wereld waarin vaders en moeders hun kinderen vanuit opvoedkundig oogpunt meer dan ooit willen laten judoën, een wereld waarin kinderen er meer dan ooit van dromen om in judopak naar de dojo te gaan, dat is de judowereld die ik voor ogen heb. Dat ideaal wil ik hoe dan ook benaderen. Zoals ik eerder al aangaf, is dat omdat ik zelf de waarde van judo heb mogen ervaren.

“Een judowereld waarin geborgenheid, veiligheid, vorming en opvoeding centraal staan kan niet tot stand komen zonder onderling vertrouwen.”

Vorig jaar hebben de atleten en coaches die Japan vertegenwoordigen er op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro alles aan gedaan om ons ontroerende en schitterende wedstrijden te laten zien. Maar als ik om me heen kijk, blijft het aantal geregistreerde jeugdjudoka dalen. Het stoppen van deze daling is een urgent en belangrijk thema.

Daarvoor moet er een nauwe relatie ontstaan tussen de aangesloten organisaties, en dan vooral de regionale judobonden/-verenigingen en onze federatie. Een judowereld waarin geborgenheid, veiligheid, vorming en opvoeding centraal staan kan niet tot stand komen zonder onderling vertrouwen. We zullen in alle rust en nederigheid ons oor te luister moeten leggen bij de aangesloten organisaties: prefecturale organisaties, maar ook verenigingen op de middelbare scholen. En de federatie zal duidelijk aan moeten geven wat we willen bereiken en waar we mee bezig zijn. De judowereld moet één worden en gezamenlijk activiteiten organiseren. Ik denk dat dat als eerste nodig is om de huidige impasse te doorbreken.

U kent allemaal de gedachte die Jigorō Kanō had toen hij het judo uitvond: “Judo staat voor de vorming van mensen. Via judo verbeteren we lichaam en geest. Met deze vernieuwde instrumenten leveren we een bijdrage aan de maatschappij en spannen we ons in voor de realisering van een betere wereld.”

We zijn al snel geneigd om te denken dat vorming en opvoeding de tegenpool vormen van het willen winnen, maar vorming en opvoeding sluiten het concept van winnen of verliezen geenszins uit. Mensen groeien juist door zich tijdens de dagelijkse training te richten op een doel. Ik denk dan ook dat iemand zich pas kampioen mag noemen als hij een evenwicht weet te bereiken tussen winnen, verliezen, vormen en opvoeden.

“Vorming en opvoeding sluiten het concept van winnen of verliezen geenszins uit. Een echte kampioen streeft naar evenwicht.”

Om tot de judowereld te komen die Kanō-shihan voor ogen had, zijn we boven alles afhankelijk van de medewerking van de judoleraren, die de kinderen moeten opvoeden. De judoleraren die dagelijks met de kinderen in aanraking komen, bepalen uiteindelijk hoe de judowereld van morgen eruit zal zien. Mijn bijdrage hieraan is slechts zeer bescheiden, maar desondanks hoop ik een judowereld te creëren die een glimlach op het gezicht van Kanō-shihan zal toveren.

Het zal een zware weg zijn, maar als alle judoliefhebbers streven naar een daadwerkelijke ontwikkeling van het judo en bereid zijn om daarvoor de handen ineen te slaan, is dit zeker niet onmogelijk. Ik hoop dat u mij daarbij wilt helpen.

Yasuhiro Yamashita

Voorzitter van de All Japan Judo Federation

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s