De Olympische Spelen en de wereldwijde verspreiding van het Kōdōkan-judo door Jigorō Kanō

De Olympische Spelen en de wereldwijde verspreiding van het Kōdōkan-judo door Jigorō Kanō

Voorwoord

In 2020 worden in Tokio de Olympische en Paralympische Spelen gehouden. Zoals u weet, is dit de tweede keer dat de Spelen in Tokio plaatsvinden; de eerste keer was in 1964. Vóór de oorlog (in 1936) nam Jigorō Kanō, die destijds lid was van het Internationaal Olympisch Comité, de leiding en slaagde hij erin om de Olympische Spelen voor het eerst naar Azië te halen. Deze zouden in 1940 plaatsvinden in Tokio. In juli 1938, slechts twee maanden na het overlijden van Kanō-shihan, verslechterde de situatie echter door de Tweede Chinees-Japanse Oorlog en moest Japan de Spelen in Tokio laten varen. Deze Spelen zouden later bekend worden als “de Spelen van Tokio die nooit mochten zijn”. De Tweede Wereldoorlog had niet alleen een nadelige invloed op de Olympische Spelen en de sportwereld, maar heeft ook veel schade toegebracht aan de ontwikkeling van het Kōdōkan-judo, dat destijds al wereldwijd was verspreid.

Hieronder wil ik graag een deel van het onderzoek uitlichten dat ik heb verricht naar het thema “de Olympische Spelen en de wereldwijde verspreiding van het Kōdōkan-judo door Jigorō Kanō”.

Wereldwijde verspreiding

In 1909 werd Kanō-shihan op verzoek van de voorzitter van het IOC, baron Pierre de Coubertin uit Frankrijk, lid van het IOC. In 1923 deed hij als delegatiehoofd voor het eerst mee aan de 5e Olympische Spelen in Stockholm. Daarna was Kanō-shihan nog diverse malen betrokken bij de Olympische Spelen in vooral Europa. Hij combineerde deze werkzaamheden met de verspreiding van het judo.

gunji-koizumi2
Gunji Koizumi met een wel heel lange leerling

Opmerkelijke activiteiten ontplooide hij in de Budōkai (Budokwai) in Londen, Engeland. Kanō-shihan kreeg in 1920 bezoek van de Japanners Gunji Koizumi en Yukio Tani, die zich hier al hadden beziggehouden met de verspreiding van het jiujiutsu (Ju-Jutsu). Hij liet ze toe tot de Kōdōkan en vestigde op die manier een basis voor de verspreiding van het judo. Koizumi en Tani waren typische voorbeelden van Japanners die Japan halverwege de Meiji-periode (1868-1912) hadden verlaten om het jiujiutsu in Europa te verspreiden. Vooral Koizumi wierp zich op als vertegenwoordiger van Kanō-shihan en hield zich bezig met de verspreiding van judo in Europa. De reden waarom Koizumi zich zo wijdde aan het “judo” van Kanō-shihan moet gezocht worden in de pedagogische gedachte en de logica erachter. In zijn boek “My Study of Judo” stelt hij: “De Kōdōkan is een pedagogische organisatie zonder winstoogmerk, die een diepe indruk op mij heeft gemaakt vanwege haar wetenschappelijke en vooruitstrevende aanpak op basis van pedagogische ideeën en principes.” Met de Budōkai als centrum werd het judo geleidelijk aan verspreid in Engeland. Het plan was om van de Budōkai later een afdeling (vereniging van dan-houders) van de Kōdōkan te maken.

 

yukio-tani
Yukio Tani

In Amerika ontplooide Kanō-shihan dezelfde activiteiten als in Engeland. In Hawai bezocht hij vanaf 1913 bijvoorbeeld meerdere dojo, die uiteindelijk op natuurlijke wijze de overstap van jiujiutsu naar judo maakten. Op dezelfde manier werd het judo op het Amerikaanse vasteland, en dan vooral aan de West Coast, populair na bezoeken van Kanō-shihan. Judo werd zelfs een onderdeel van de identiteit van Japanse immigranten.
Het prestige dat Kanō’s positie als IOC-lid meebracht, jaagde de verspreiding van het judo nog meer aan. In juli 1933 had Kanō-shihan tijdens zijn bezoek aan Berlijn (Duitsland) bijvoorbeeld een ontmoeting met de toenmalige premier Adolf Hitler. Daarna verkreeg het judo in Duitsland een vaste positie binnen het Ministerie van Sport, om zich met grote snelheid verder te ontwikkelen. Destijds wilde Duitsland haar nationale prestige vergroten op de 11e Olympische Spelen in Berlijn van 1936, en er zijn indicaties dat judo zou worden geïntroduceerd als Olympisch onderdeel. In dezelfde periode kondigde Kanō-shihan in Berlijn zijn ideeën over een “Judo Wereld Federatie” aan. Maar donkere wolken pakten zich samen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, en uiteindelijk leidden de acties van Duitsland tot een breuk met de Britse judowereld.

Judo en de Olympische Spelen

kano_berlijn_spelen_1936Hoe zag Kanō-shihan de Olympische Spelen? Kort gezegd steunde hij de zogenaamde Olympische Beweging. Hij zag deze beweging als een manier om 1) lichamelijke opvoeding voor de jeugd te stimuleren, 2) via toernooien tot vriendschappelijke ideeën te komen en 3) een positieve invloed op het nationale sportwezen uit te oefenen door een stroom aan getalenteerde atleten voort te brengen. En zoals ik aan het begin al had aangegeven, spande Kanō-shihan zich in om de 12e Olympische Spelen naar Tokio te halen. Juist omdat de Olympische Spelen zich de wereldwijde verspreiding van lichamelijke opvoeding ten doel hadden gesteld, vond Kanō-shihan het zinvol om de Spelen niet alleen in Europa, maar ook in Japan te houden. Kanō-shihan was enthousiast over Westerse sporten, maar vond dat ook de Oosterse sportcultuur (judo) goede eigenschappen bezat. Hij dacht dat de uitwisseling van ideeën voor een gezamenlijke ontwikkeling kon zorgen. Dit lag geheel in lijn met de gedachte van Jita Kyōei (wederzijdse voorspoed voor jezelf en anderen).

Judo is meer dan een sport of een spelletje. Het is een levensfilosofie, een kunst, een wetenschap. Het is een manier om mensen en culturen naar een hoger niveau te tillen.

 

Maar hoe stond Kanō-shihan tegenover judo als Olympisch onderdeel? In de hiervoor genoemde Britse Budōkai ligt een in 1936 opgesteld document over de gesprekken tussen Kanō-shihan en Koizumi, genaamd “Judo and The Olympic Games”. “Op dit moment sta ik negatief tegenover judo op de Olympische Spelen. Judo is meer dan een sport of een spelletje. Het is een levensfilosofie, een kunst, een wetenschap. Het is een manier om mensen en culturen naar een hoger niveau te tillen. De Olympische Spelen zijn sterk nationalistisch getint, en dit zal zijn weerslag hebben op de ontwikkeling van competitief judo (Contest Judo). Judo is als kunst en wetenschap niet gebonden aan politieke, internationale, raciale en financiële invloeden van buitenaf. Alles moet gericht zijn op het uiteindelijke doel: het welbevinden van de mensheid (Benefit of Humanity).” (Samenvatting door Nagaki)

Uit dit document kan worden afgeleid dat Kanō-shihan de situatie rond de Olympische Spelen destijds nuchter observeerde en vasthield aan zijn ideaal om het judo, dat hij zelf had gecreëerd, vrij te waren van politieke, raciale en financiële invloeden van buitenaf. Zoals ik eerder al had aangegeven, kondigde Kanō-shihan in de periode waarin dit document is opgesteld ook zijn ideeën over een “Judo Wereld Federatie” aan. Ik denk dat hij daarom vol inzette op een wereldwijde verspreiding van de idealen van het judo (Seiryoku Zen’yō en Jita Kyōei).

Judo is als kunst en wetenschap niet gebonden aan politieke, internationale, raciale en financiële invloeden van buitenaf. Alles moet gericht zijn op het uiteindelijke doel: het welbevinden van de mensheid.

De tijd ging verder. Het naoorlogse wereldjudo begon met de International Judo Federation, die zich vooral op Europa richtte, en leidde via de organisatie van het wereldkampioenschap en de officiële toevoeging van judo in 1964 op de 18e Olympische Spelen van Tokio naar de ontwikkelingen van vandaag. Het lijdt geen twijfel dat dit zonder de wapenfeiten van Kanō-shihan allemaal nooit mogelijk zou zijn geweest. Ik heb echter sterk het gevoel dat we daarbij nooit zijn laatste wens mogen vergeten, namelijk dat de wereldwijde ontwikkelingen altijd moeten zijn gebaseerd op de idealen van het judo.

Kousuke Nagai.jpgKōsuke Nagaki
Professor aan de faculteit Sport en Gezondheid, Hosei University

Advertenties