Als Japanoloog heb ik soms een andere kijk op judo dan de gemiddelde judoka. De gemiddelde judoka  in Nederland is meestal iemand die op gevoel heeft leren judoën, dingen vaak weer van zijn of haar leraar heeft geleerd en zich het judo op een praktische wijze eigen heeft gemaakt. Dingen zijn dan zo omdat ze zo zijn, of omdat ze goed voelen, of omdat er een eigen uitleg aan is gehangen, al dan niet wetenschappelijk onderbouwd. Waarbij moet worden aangetekend dat “de gemiddelde judoka” natuurlijk niet bestaat, maar dat het wel zo is dat de een meer of minder met zijn hoofd dan wel motoriek “denkt”.

Geen natuurtalent

Ik was vroeger (en waarschijnlijk nog steeds) altijd beter met mijn hoofd dan met mijn handen, en ben dus niet via de sport, maar via de Japanse taal het judo in gerold. Dat heeft zowel voordelen als nadelen. Het nadeel is dat ik geen natuurtalentje ben, dingen vaak verstandelijk moet beredenen alvorens ik überhaupt iets kan bewegen, en nieuwe technieken maar met moeite kan overbrengen naar het motorisch geheugen. Het voordeel is dat ik de Japanners begrijp en versta, dat ik direct contact met ze heb, en dat ze me dus ook heel precies kunnen vertellen hoe iets moet of niet moet, en waarom dat dan zo is.

Veel judoka respecteren dat: ze zijn bereid om dingen ondanks mijn lagere graad en slechtere techniek aan te nemen, of in ieder geval net zo lang met mijn inbreng aan de slag te gaan totdat het met hun eigen plaatje klopt. Er vindt dan een schitterende symbiose plaats tussen iemand die heel goed kan bewegen en iemand die heel goed kan lezen, en samen zetten we dan een fantastisch product neer.

Maar iemand die goed kan bewegen heb ik niet altijd bij de hand, waardoor mijn verstandelijke boodschap niet altijd goed aankomt bij judoka die op gevoel judoën. Dat leidt soms tot misverstanden.

Zoals laatst, bij mijn uitleg over de ōsotogari. Die maak ik als volgt:

Let vooral op het deel na 3.06: het maaibeen wordt vér naar voren gezwaaid, alsof je in een ganzenpas loopt, en er is sprake van een gelijktijdige duwende (tsurite = kraaghand) en trekkende beweging (maaibeen) die een koppel en daarmee een rotatie van uke veroorzaakt. Voor veel mensen was deze ganzenpas en de uitleg over koppel nieuw, en als shodan die het soms ook nog beroerd voordoet en in een klas met alleen maar zwartebanders tamelijk zenuwachtig is, krijg je niet snel het voordeel van de twijfel.

Belangrijk detail. Dit is geen gewone video die ik toevallig op YouTube heb gevonden. Het is een video van Judo Channel, het officiële kanaal van de Kodokan. Dit is dus hoe de Kodokan wil dat je de worp uitvoert. Sterker nog, deze video’s zijn speciaal bedoeld voor de Japanse jeugd.

Wat ik wil propageren in dit blog en in elke dojo waar ik sta, is Japans judo: het judo zoals het bedoeld is, het judo zoals dat in Japan wordt beoefend. Moeten we alles wat uit Japan komt dan voor zoete koek slikken? Natuurlijk niet: over details wordt  binnen Japan nog voldoende gediscussieerd, bevestigt ook Naoki Murata (8e dan, hoofd van de bibliotheek van de Kodokan en voorzitter van de Japanese Academy of Budo). Maar de hoofdlijnen zijn duidelijk, en als je daarvan afwijkt, moet je wel met een verdomd goed verhaal komen. Dit is in ieder geval mijn verhaal.

“Anai Takamasa: Ōsotogari betekent grote buitenwaartse maai. De maai moet dus groot zijn.”

Voorbeeld 1 (Anai Takamasa, 4e dan)

Eerst nogmaals de video:

Deze video wordt gepresenteerd door Anai Takamasa (4e dan). Hij heeft in 2009 brons gewonnen op het wereldkampioenschap en is winnaar van de 2010 World Champions in Tokio. Een van zijn specialismen? Volgens deze pagina is dat de ōsotogari.

Vanaf 3.06 wordt het interessant. Anai vertelt: “Ōsotogari betekent grote buitenwaartse maai. De maai moet dus groot zijn.” Laat dat even op je inwerken. Dit is natuurlijk een waarheid als een koe.

We gaan verder. Op 3.11 zie je Anai een ganzenpas maken. Punt 8 verschijnt in beeld: “Zwaai het maaibeen ver omhoog en bewaar een goede lichaamshouding door ver voor je uit te schoppen.”

Anai Takamasa presenteert in deze video namens de Kodokan de volgende negen punten:

  1. Breng je lichaam naar voren om uke naar achteren te duwen.
  2. Houd uke met zijn kraag tegen je aan, zodat er tijdens deze beweging geen afstand tot uke ontstaat.
  3. Trek uke naar buiten door met de pink van de hikite (mouwhand) naar buiten te wijzen.
  4. Breng uke volledig op zijn standbeen.
  5. Sta recht voor uke en stap recht naast hem.
  6. Bewaar een voetbreedte afstand tussen je eigen standbeen en dat van uke.
  7. Wijs met je tenen recht vooruit in de werprichting.
  8. Zwaai het maaibeen ver omhoog en bewaar een goede lichaamshouding door ver voor je uit te schoppen.
  9. Houd uke de hele worp vast met zowel de tsurite (kraaghand) als de hikite (mouwhand), zodat uke met zijn hele rug plat op de mat komt (mijn persoonlijke ervaring is trouwens dat het bij deze uitvoering knap lastig kan zijn om je evenwicht te bewaren; dat komt echter goed uit, want dit punt zorgt ervoor dat je elk eigen balansverlies op uke kunt verhalen, zodat hij nog meer door de mat wordt geduwd).

Al deze punten komen langs vanaf 4.20.

“Shin’ichi Shinohara: Een ōsotogari maak je niet alleen met de kracht van je voet. Je gebruikt de kracht van je armen én de kracht van het maaibeen.”

Voorbeeld 2 (Shin’ichi Shinohara, 6e dan)

Vervolgens een video van Shin’ichi Shinohara (zesde dan), tweevoudig wereldkampioen, één keer tweede van de wereld, twee keer derde van de wereld, en tweede op de Olympische Spelen: Zijn absolute specialisme? Volgens deze pagina is dat de ōsotogari.

Deze video is al wat ouder (en dus groezeliger). Hij vertegenwoordigde de officiële lijn van de Kodokan een aantal jaar geleden en komt van hetzelfde Judo Channel.

Op 1.14 wordt het interessant. Je ziet opnieuw de ganzenpas. Hij verschijnt zelfs nog als punt in beeld: “been met de tenen ver omhoog.” Vanaf 1.40 wordt er verteld over 偶力 gūryoku, ofwel koppel. De commentator legt kort uit wat een koppel in de natuurkunde inhoudt. Op 1.59 komt de tekst: “Een ōsotogari maak je niet alleen met de kracht van je voet. Je gebruikt de kracht van je armen én de kracht van het maaibeen. Door deze tegelijkertijd uit te oefenen, ontstaat er een koppel, waardoor de partner geroteerd en geworpen wordt.”

Genoeg stof tot nadenken, zou je zeggen. En dit zijn nogmaals dus geen video’s van wedstrijdjudoka met trucjes die alleen die wedstrijdjudoka kunnen, maar presentaties die judoleraren in Japan laten zien wat ze hun leerlingen moeten vertellen. En naast de Kodokan bestaat er in Japan erg weinig op judogebied.

Voorbeeld 3 en 4 (Kōsei Inoue, 6e dan)

Kōsei Inoue (6e dan), winnaar van het Olympisch goud in Sydney en huidig hoofdcoach van het Japanse judoteam, maakt de ōsotogari op exact dezelfde wijze. Hier legt hij hem in het Engels uit tijdens een seminar in Engeland:

Let goed op bij 0.45: het been van Inoue zwaait ver omhoog. Dat is geen toeval. Op 1.07 doet hij het weer. Nog een video van Inoue:

Ook hier zien we hetzelfde verschijnsel, al komt het been van Inoue nu iets minder hoog. Het principe blijft echter hetzelfde. Zie 0.30. Er verschijnt tekst in beeld: groot stappen. Wat hier precies mee wordt bedoeld, wordt al snel duidelijk: dat been moet hoog. Rond 0.55 wordt verteld dat dit het geheim is achter een krachtige ōsotogari.

Voorbeeld 5 (Haruki Uemura, 9e dan)

Haruki Uemura (9e dan) is het hoofd van de Kodokan, zeg maar de baas van het judo in de hele wereld. Hier zien we hem les geven aan een paar Roemeense dames in de Kodokan in Tokio.

Op diverse momenten zie je zijn leerlingen het been hoog opzwaaien. Bijvoorbeeld op 2.45. Op 2.51. Op 2.56. Op 2.59. Uemura knikt goedkeurend. Op 3.17 pakt tori uke en wordt het been opnieuw hoog opgezwaaid. Uemura kijkt instemmend toe. Dat gaat de hele video zo door.

“Toshirō Daigo: Zwaai het been ver omhoog… De werking van de ōsotogari berust op koppel.”

Voorbeeld 6 (Toshirō Daigo, 10e dan)

Ten slotte hebben we Toshirō Daigo nog, 10e dan judo, hoofdinstructeur van de Kodokan en de auteur van Kōdōkan Jūdō, de absolute bijbel op judogebied van maar liefst 715 pagina’s. In het deel Nagewaza spendeert hij alleen aan de ōsotogari al 18 pagina’s. Op pagina 129 en 130 vertelt hij:

201701152101071000
Het koppel van de osotogari, uit de judobijbel van Daigo.

“De ōsotogari gaat schitteren als je krachtig zwaait met je rechterbeen. Daarvoor strek je je rechterknie, zwaai je het been ver omhoog, gebruik je de veerkracht van het linkerstandbeen, laat je je bovenlichaam naar voren vallen en duw je met beide handen naar achteren. Als je al deze handelingen in één keer concentreert, krijg je een scherpe techniek.

De werking van de ōsotogari berust op “koppel”.

Als gelijke krachten in tegengestelde richtingen vanaf twee punten inwerken op een object, noemen we dit samenspel van krachten een koppel. Als dit koppel in werking treedt, ontstaat er een roterende beweging.

 Bij de ōsotogari verstoren we de balans van uke naar achteren. Als de duwende kracht van het bovenlichaam en beide handen enerzijds en de kracht van het maaiende been in gelijke mate en tegelijkertijd optreden, is er sprake van een koppel. Het lichaam van uke roteert en valt hard naar achteren. Bij een effectieve techniek valt uke op zijn achterhoofd.

 Over het algemeen wordt de ōsotogari bij kakarigeiko en uchikomi zodanig geoefend dat je alleen het geluid hoort van de borstkassen die tegen elkaar aankomen. Het bovenlichaam stuitert herhaaldelijk terug naar achteren en het been wordt herhaaldelijk omhoog gezwaaid. Op deze manier kun je geen kuzushi bij uke bewerkstelligen. Integendeel: je eigen lichaam krijgt een kuzushi naar achteren. Je kunt dan niet hoog maaien, en de kans bestaat zelfs dat er een tegenaanval komt.

 De ōsotogari is een techniek waarbij je maait met het rechterbeen. Bij de uchikomi moet tori dus krachtig maaien met rechts en moet uke daar met voldoende kracht op reageren. Het is belangrijk dat beide partijen tijdens de repeterende oefeningen continu een krachtige balans weten te bewaren.”

Voorbeeld 7 (Sander Huijding, 4e dan)

Hetzelfde verhaal wordt ook in Nederland verteld. Bijvoorbeeld op deze pagina.

bio-v-1-8

Het koppel van de tegengestelde krachten.

Sander Huijding stelt: “De krachten F en P werken dus in tegengestelde richting op twee uiteinden van het lichaam. Hierdoor ontstaat een koppelkracht met als draaias de heupen. Hoe hoger tori zijn rechterbeen opzwaait, des te meer snelheid hij kan maken tijdens de maai, waardoor de slagingskans van de techniek groter wordt. Uke eindigt de val op zijn linkerzij voor de beide voeten van tori.”

Voorbeeld 8 (Newton en zo)

300px-koppelDan naar de natuurkunde. Op natuurkundige sites wordt uitgelegd dat een koppel een paar van tegengestelde krachten is, waarvan de som nul is, maar die wel een rotatie teweegbrengen. Als je dan alleen het been maait en uke boven alleen maar tegen je aan houdt, maak je die rotatie dus niet zo snel/krachtig als je zou kunnen, want dan is er geen koppel meer, maar alleen een verplaatsende kracht (die van het maaiende been). Je krijgt dan een translatie, en geen rotatie, terwijl rotatie juist het principe is waarop de worp is gebaseerd.

Voorbeeld 9 (Chinees worstelen)

Het is trouwens niet alleen Japan. Ook in China denken ze net als de Kodokan. Het principe berust op natuurkunde, en is dus universeel. Hier zien we wat technieken uit het Chinese 摔跤 of wel shuāijiāo. Ook hier wordt het been hoog opgezwaaid. Chi Kin Tang (zwarte sjerp, 1e graad kungfu en viervoudig wereldkampioen Choy Li Fat-kungfu) stelt: “Wat betreft de ōsotogari lijkt het mij geheel logisch om het been hoog op te zwaaien. In shuāijiāo wordt ook altijd volledig gebruik gemaakt van het hefboomeffect. Ik zou zelfs nog hoger zwaaien. Het moet allemaal wel kunnen trouwens: ik kan me voorstellen dat er in een wedstrijd niet altijd tijd voor is, en je moet oppassen dat je tijdens het zwaaien niet wordt overgenomen.”

De perfectie benaderen

Helaas is er in Nederland nog veel onbegrip over deze uitvoering van de ōsotogari. Misschien ligt dat aan de onbekendheid met de materie, ongetwijfeld ligt het ook aan mijn beroerde uitleg, en misschien ligt het ook wel een beetje aan allebei. De meeste mensen zwaaien veel minder opzichtig met dat been.

Een wedstrijdjudoka vertelde me dat er in een wedstrijd helemaal geen tijd is om dat been hoog op te zwaaien. Dat zou heel goed kunnen. Maar geldt niet voor alle worpen dat we ze niet altijd zo kunnen maken als we willen? Er is een ideale worp, uit het kata zeg maar, die je in de praktijk niet altijd zult kunnen neerzetten, omdat de omstandigheden niet altijd ideaal zijn. Maar dat is volgens mij nog geen excuus om ook in wedstrijden het ideaal niet zo dicht mogelijk te benaderen: roeien met de riemen die je hebt en kijken hoe ver je komt, is volgens mij het devies.

Dit blijkt ook uit Toshirō Daigo’s uitleg over de ōsotogaeshi, de standaardovername op de ōsotogari (in feite een ōsotogari op een ōsotogari). Omdat het been van uke zeker in een go-no-sensituatie al tegen het been van tori aanzit, heeft tori geen tijd meer om zijn been hoog op te zwaaien. In dat geval wordt het momentum van uke zonder verdere poespas direct overgenomen: want dat is op dat moment, in die omstandigheden, de beste optie.

Ik moet nóg een nuancering plaatsen. Natuurlijk is deze ganzenpas niet de one and only ōsotogari: ook de Kodokan ziet hem als een basisversie, waarop eindeloos verder kan worden geborduurd en gevarieerd. Alleen in het hierboven genoemde boek van Daigo staan al zes variaties (1 de ōsotogari waarbij tori het linkerbeen van uke naar voren zet – de versie in dit blog, 2 de ōsotogari waarbij tori het rechterbeen van uke naar voren zet, 3 de ōsotogari die wordt ingezet zodra uke zijn linkerbeen probeert terug te trekken, 4 de ōsotogari waarbij uke via zijn rechtervoet wordt neergehaald, 5 de ōsotogari waarbij het lichaam van uke een balansverstoring naar rechtsbuiten krijgt en die wordt gemaakt met het rechteronderbeen, 6 de ōsotogari die wordt gemaakt met de rechteronderrug).

Zonder de hulp van Richard de Bijl (8e dan), Aad van Polanen (6e dan) en Chi Kin Tang (zwarte sjerp, 1e graad Choy Li Fat-kungfu) was dit blog nooit tot stand gekomen. De inhoud van dit artikel wordt door genoemde personen volledig onderschreven.

Met dank aan Cor Bosman (5e dan) voor zijn correcties inzake de locatie waarop Haruki Uemura in de video lesgeeft.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s