Een brief van de professor (3)

Het directe doel van judo-training

De definitie van en uitleg over judo heb ik in het vorige deel al gegeven. Nu wil ik graag een gedetailleerde uitleg geven over de uitspraak: “Bij het trainen van judo harden en verbeteren we lichaam en geest door te oefenen in aanval en verdediging en door ons het wezen van deze weg lichaamseigen te maken.” Allereerst zal ik duidelijk moeten maken wat daarbij het belangrijkst is.

Oefening van aanval en verdediging

Aanvallen in het judo verdeel ik voor het gemak in drie onderdelen: nagewaza (worpen), katamewaza (controletechnieken) en atewaza (stoot- en traptechnieken). Nagewaza zijn technieken waarbij we de tegenstander in allerlei situaties en met allerlei bewegingen op de grond werpen. Katamewaza worden onderscheiden in shimewaza (verwurgingen), kansetsuwaza (klemmen) en osaewaza (houdgrepen), maar het zijn in principe allemaal technieken waarbij het lichaam, de nek en de ledematen worden gecontroleerd, zodat deze niet meer kunnen bewegen of er in ieder geval een ondraaglijke pijn ontstaat. Atewaza zijn ten slotte technieken waarbij diverse delen van het lichaam van de tegenstander worden geraakt met de handen, de voeten, het hoofd en soms een gereedschap of wapen, wat uiteindelijk leidt tot pijn of zelfs de dood. Verdediging staat dan voor de diverse bewegingen tegen deze aanvallen die op dat moment juist lijken.

Uiteindelijk komt dit allemaal aan bod, maar ik wil graag beginnen met de nagewaza. Van nagewaza bestaan ook de meeste soorten, waardoor ze binnen alle judotechnieken het belangrijkst zijn; niet alleen vanwege de genoemde theoretische complexiteit, maar ook vanuit het oogpunt van verfijndheid. Daarnaast zijn nagewaza ook voor de lichamelijke opvoeding het meest waardevol, waardoor ik het nodig vind om hier de meeste uitleg over te geven.

Omdat mensen die jiujiutsu vroeger als hobakujutsu hebben geleerd voornamelijk zijn geoefend in katamewaza, zullen sommigen de echte betekenis van nagewaza niet begrijpen en daar ook nauwelijks de nadruk op leggen. Een beter begrip van nagewaza zal echter tot diepgaande en interessante inzichten leiden. Verder zijn er drie redenen waarom iemand eerst nagewaza, en pas daarna katamewaza moet trainen. Ten eerste zijn nagewaza, zoals eerder al is gezegd, gevarieerder, theoretisch complexer en verfijnder. Daarom zijn ze moeilijk te leren als er niet snel mee wordt begonnen en niet lang mee wordt geoefend. Ten tweede zijn katamewaza-oefeningen vooral zwaar, terwijl nagewaza relatief interessant zijn en dus ook snel interesse voor judo zullen opwekken. Ten derde is het zo dat nagewaza moeilijk kunnen worden verbeterd als u eenmaal bent begonnen met katamewaza, terwijl katamewaza makkelijk zijn aan te leren als u bent begonnen met nagewaza.

Het is allemaal wat ingewikkeld, maar als de tegenstander in een wedstrijd nagewaza wil maken en ik daar met katamewaza tegenin wil gaan, kan ik naar katamewaza toe werken. Als de tegenstander echter met katamewaza inzet, kan ik daar moeilijk met nagewaza op reageren. Als iemand die goed is in katamewaza de gi van zijn tegenstander stevig vastpakt en overgaat naar newaza of een stevige beenklem, moet de tegenstander hierop reageren met kracht of een andere katamewaza. Iemand die goed is in katamewaza, maar niet goed in nagewaza, zal dus vanzelf geen nagewaza gaan gebruiken en alles met katamewaza willen doen, omdat hij niet wil verliezen. Hij zal dus steeds beter worden in katamewaza, maar op het gebied van nagewaza geen enkele vooruitgang boeken. Iemand die daarentegen goed is in nagewaza, maar niet goed in katamewaza, zal in eerste instantie naar nagewaza toe willen werken, maar als de tegenstander reageert met katamewaza zal hij alsnog gedwongen worden om over te stappen op de katamewaza waarin hij niet zo goed is. En als zijn tegenstander goed is in nagewaza, krijgt hij verder genoeg kansen om katamewaza te proberen. Om deze reden is het beter om in eerste instantie vooral nagewaza te oefenen.

Sommige mensen zullen hierop kritiek hebben: als mensen die goed zijn in nagewaza moeilijk te bestrijden zijn met nagewaza en mensen die goed zijn in katamewaza makkelijk te bestrijden zijn met katamewaza, zijn katamewaza dus belangrijker dan nagewaza. Ze zullen zeggen dat judo dan niet de nadruk moet leggen op nagewaza, maar juist op katamewaza. Deze denkwijze is echter eenzijdig en fout.

Iemand die goed is in katamewaza kan naar zijn favoriete technieken toe werken en ervoor zorgen dat iemand die goed is in nagewaza geen kans meer krijgt om zijn eigen favoriete technieken te gebruiken. Maar dat geldt alleen voor een randori in een normale dojo, en niet voor een echt gevecht. Als iemand die goed is in katamewaza zich om u heen klemt, kunt u hem in een echt gevecht te lijf gaan met stoten en trappen uit de atemiwaza, zodat hij het gevecht niet naar zich toe kan trekken.

In een echt gevecht moet u lenig kunnen bewegen, en dat kuntabf6f67cbf609a5850e625162cdfbbb9 u alleen oefenen met nagewaza. Vooral bij gevechten tegen meerdere tegenstanders moet u zowel fysiek als mentaal zijn gehard en u vrij en lenig kunnen bewegen. Dat niet alleen, het doel van judo-training is veel breder.

Als u het oefenen van nagewaza verzaakt en niet voldoende gelegenheid krijgt om onderzoek te doen naar de theorieën achter de complexiteit en verfijndheid van deze technieken, zult u het doel van uw training niet kunnen bereiken. En als u de nagewaza niet voldoende oefent en daardoor niet voldoende gelegenheid krijgt om uw lichaam vrij te kunnen bewegen, gaat de opvoedkundige waarde van het judo grotendeels verloren.

Bovenstaande maakt hopelijk duidelijk hoe belangrijk nagewaza binnen de judo-training zijn.

Jigorō Kanō (shihan)

Advertenties

Een gedachte over “Een brief van de professor (3)

  1. Moraal van dit verhaal: worpen zijn moeilijker, interessanter en kunnen alleen worden geoefend als de tegenstander niet met controletechnieken inkomt. Dat maakt worpen echter absoluut niet zwakker: worpen delven ten opzichte van controletechnieken alleen het onderspit bij oefensituaties in de dojo. In het echt zijn juist controlerende technieken zwak, omdat ze kunnen worden tegengegaan met trap- en stootwerk. Bij meerdere tegenstanders zijn ze al helemaal niet inzetbaar. Controlerende technieken zijn daarom minder realistisch. Dit verklaart ook de ondergeschikte rol van hikkomiwaza in het judo (zie ook https://loekvankooten.wordpress.com/?s=hikkomiwaza).

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s