20160501_182830.jpgIn januari dit jaar kreeg ik de kans om op een door de Kōdōkan belegde vergadering aan te schuiven bij de leraren die de naoorlogse judowereld hebben opgebouwd. Het waren stuk voor stuk leraren die bepalend voor dit tijdperk waren, met tiende-danners als Toshirō Daigo, Yoshimi Ōsawa en Ichirō Abe aan het hoofd. Verder waren er negende-danners als Saburō Matsushita, Hiroyuki Hasegawa en Shinobu Sekine, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik liet mijn gedachten dwalen over de ontwikkelingen binnen het naoorlogse judo.

Judo is begonnen met de oprichting ervan door Jigorō Kanō-shihan. Kanō-shihan was niet alleen een judoka, maar ook een pedagoog, denker en politicus. Zijn grootste wapenfeit was dat hij erin slaagde om de Olympische Spelen naar Japan te halen, maar het is algemeen bekend dat het hem door de tijdgeest op het laatste moment niet is gelukt zijn droom te realiseren.

Dankzij het enthousiasme van de mensen uit die tijd kon judo haar weg na de oorlog vervolgen, en kwam de realisering van die droom alsnog met rasse schreden dichterbij. In 1964 werden de Olympische Spelen in Tokio gehouden en stond heel Japan op zijn kop. Ik was toen pas acht jaar en begreep niet goed waarom Japan zo in rep en roer was, maar mij staat nog vaag bij dat alles in het teken van de Olympische Spelen stond. Ik kan me ook goed voorstellen dat de judowereld toen zijn beste beentje wilde voorzetten.

Takehide_Nakatani_1964
Takahide Nakatani na zijn overwinning in 1964

Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik Takahide Nakatani, de winnaar in de lichtgewicht-klasse op de Olympische Spelen, tot mijn vrienden mag rekenen, en ik hoor vaak hoe moeilijk en zwaar het leven van de atleten was, en over alle gevoelens die daarmee gepaard gaan. Telkens als ik deze verhalen hoor, realiseer ik me het gewicht dat zo’n plaatselijk toernooi op iemand schouders moet hebben gelegd, begrijp ik de twijfels die deelname aan het eerste Olympische judotoernooi in de geschiedenis moet hebben opgeroepen, besef ik hoe zwaar de jarenlange selectie voor de deelnemers moet zijn geweest, en voel ik de druk waaraan de atleten door de verwachtingen van de omgeving moeten zijn blootgesteld. De innerlijke strijd die daarbij hoort, gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Ik buig mijn hoofd voor een ieder die na dergelijke obstakels de overwinning weet te halen.

Na de Olympische Spelen in Tokio verspreidde judo zich in een nieuwe vorm over de wereld: niet als het Japanse jūdō, maar als de sport JUDO. Andere landen kopieerden het Japanse jūdō niet, maar bedachten een JUDO dat was afgestemd op de denkwijze en het klimaat in de sport van het eigen land. Vanzelfsprekend was dat een verandering op basis van regels. In de Sovjet-Unie introduceerde men bijvoorbeeld elementen uit het sambo, en in Korea deed men hetzelfde met ssireum. Hoewel men zich voor de denkwijze liet inspireren door de filosofie achter het Japanse jūdō, kwam elk land uiteindelijk met een geheel eigen JUDO-denkwijze. Hetzelfde gold voor trainings- en oefenmethoden. Dit bracht Japan op internationale toernooien vaak in verwarring. Zelf werd ik bijvoorbeeld enorm verrast toen een atleet van de Sovjet-Unie destijds de knoop op mijn band vastpakte om mij de lucht in te tillen en te eindigen met een yoko-sutemi-waza. We stonden machteloos tegen veranderingen die nog nooit eerder waren voorgekomen, zoals ura-nage die werden uitgevoerd als back drops, morote-gari die werden ingezet na tackles, en kata-guruma die deden denken aan vliegtuigworpen uit het worstelen.

Japanse begeleiders en atleten hebben vervolgens onderzoek gedaan naar de veranderingen in technieken, unieke pakkingen en trainingsmethoden die wereldwijd hadden plaatsgevonden. Hetzelfde geldt voor de scheidsrechterregels. De denkwijze van de International Judo Federation heeft zich vanuit Japan naar de wereld verbreid, en de regels zijn toen gewijzigd op basis van de normen van de wereld. Het ging om wijzigingen in tijd, de matten, de afmetingen, de kleuren, het materiaal, de dikte en de lengte van judokleding, verboden technieken, pakkingen, enzovoort. Wereldwijd werd “winnen om het winnen” bij competitief judo steeds belangrijker. Men schoof het concept “met open vizier strijden” terzijde om misbruik te kunnen maken van de mazen in de regels. Ik ben echter van mening dat het voor een terugkeer naar de denkwijze van het Japanse jūdō noodzakelijk is om een absolute overwinning te behalen op basis van de regels zoals die nu zijn.

De denkwijze achter judo is in wezen onveranderlijk. Deze onveranderlijkheid is geschoeid op de talloze lessen van Kanō-shihan. Hij heeft als judoka onderzoek gedaan naar het traditionele jiujitsu, de logica achter de controletechnieken getheoretiseerd, deze zodanig gesystematiseerd dat iedereen haar kan begrijpen, en via de praktische toepassing een weg gedefinieerd die mensen kan laten groeien. Zijn woorden als pedagoog zijn daarnaast lessen in het leven, en soms ook lessen in opvoeding. Het motto Seiryoku Zen’yō / Jita Kyōei waarin dit alles ligt opgeslagen is niet alleen een filosofie voor judoka, maar een filosofie voor mensen. Ze is de theorie van alles, die getuigt van een enorme liefde voor de mensheid. Deze gedachte is altijd ons uitgangspunt geweest. Tijdens onze training hebben we ons deze gedachte stap voor stap eigen gemaakt. Als we ons richten op fysieke en technische verbetering van onszelf, een van de doelstellingen van het judo, moet ook deze denkwijze—het ons eigen maken van liefde en kracht—onveranderlijk blijven.

5月号表紙Aan de oppervlakte verandert het judo echter mee met de tijdgeest. En als dat zo is, moeten wij die verandering nog beter vormgeven. Wij, die de denkwijze van Kanō-shihan menen te begrijpen, moeten te midden van deze verandering proactief onze mening geven en ervoor zorgen dat onze absolute normen en waarden niet uit evenwicht worden gebracht. De begeleiders van nu moeten dat goed onthouden en mogen daarvoor kosten noch moeite sparen, zodat ze de fakkel kunnen doorgeven aan onze volgelingen, die zich zo voor het judo inzetten.

Uit het voorwoord van Jūdō, het tijdschrift van de Kōdōkan, mei 2016. Door Yoshino Tsuyoshi, hoofd van de Prefecturale Judobond van Yamaguchi.

Advertenties

5 gedachtes over “Onveranderlijkheid en verandering

    1. Dank je wel, Sebastiaan! Ik val eerlijkheidshalve vaak in slaap bij veel artikelen uit dit tijdschrift (dat begrijpelijkerwijze vooral over interne Japanse aangelegenheden gaat), maar dit voorwoord sprong meteen in het oog. De link met de rest van de wereld, en dus ook Nederland, vond ik interessant. Ik wilde het Nederlandse judoka dan ook niet onthouden.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s