Henkawaza

Henkawaza

Hoewel ik een jaar of twee geleden volledig ben overgestapt op het Kōdōkan-systeem, mag ik nooit vergeten waar ik vandaan kom. Want waar ik vandaan kom, definieert wie ik ben en hoe ik zo ben geworden.

Busen versus Kōdōkan

Imagen-Kawaishi
Mikinosuke Kawaishi

De eerste zes jaar van mijn judotijd ben ik onderwezen in het Busen-systeem 武専 van Mikinosuke Kawaishi 川石酒造之助. Busen is een afkorting van de school waar Kawaishi vandaan kwam: de Dai Nippon Butoku-kai Budō Senmon Gakkō 大日本武徳会武道専門学校, dat letterlijk Gespecialiseerde school voor de Krijgskunst van het Groot-Japans Genootschap voor Martiale Deugden betekent. Na de Tweede Wereldoorlog werden veel van deze krijgsscholen opgedoekt door generaal McArthur, die de invloed van het militarisme dat Japan in de oorlog had gestort zo veel mogelijk wilde beperken. Slechts een klein aantal scholen heeft haar activiteiten in deze periode op beperkte schaal kunnen voortzetten. Een daarvan is de ons welbekende Kōdōkan, opgericht door de grondlegger van het judo: Jigorō Kanō 嘉納治五郎.

Een aantal Busen-leraren is echter overgewaaid naar Europa, zodat het Busen-systeem, ondanks het feit dat de Busen-school zelf niet meer bestond, in Europa alsnog wijd werd verspreid. Omdat het Busen in tegenstelling tot het Kōdōkan echter niet meer was gecentraliseerd, verwaterde het systeem, gingen meningen uiteenlopen en wist op een gegeven moment niemand weer wat echte Busen was. Tegelijkertijd ging de Kōdōkan erop prat dat zij deze handicap niet had, omdat zij als organisatie altijd had voortbestaan. Het is dan ook geen verrassing dat er in Europa een soort van strijd tussen beide systemen is ontbrand. Meer, zeer diepgaande, informatie over deze strijd vind je op het absoluut geweldige blog van Mitesco, dat ik iedere judoka van harte kan aanbevelen.

大日本武徳会本部正門
Ingang van de Dai Nippon Butoku-kai Budo Senmon Gakko, de school van Kawaishi

 

Pragmatisch

De vraag is echter of het überhaupt wel zinvol is om een soort van wedstrijd te houden tussen Busen en Kōdōkan: als een techniek werkt, dan werkt hij, zo vond ook Jigorō Kanō zelf. Wist je bijvoorbeeld dat de kata-guruma, in de volksmond ook wel de brandweerworp genoemd en in het Kawaishi-systeem bekend als de 3e schouderworp, door Jigorō is geïntroduceerd nadat hij de techniek had gezien bij Russische sambo-worstelaars? Jigorō was wars van systemen om het systeem en vooral een pragmaticus. Dus hoewel het geweldig is om terug te kunnen vallen op een officieel voorgeschreven basisvorm van het Kōdōkan, gebruikt Kōdōkan het woord variatie zelf ook te voor en te na en was ook de oprichter van het Kōdōkan zelf niet bang om te experimenteren. Persoonlijk win ik mijn meeste randori newaza nog steeds met een passeertechniek uit het Braziliaans jiujitsu, met grote dank aan Guy van Polanen: hij is gewoon toegestaan, en hij werkt. Of er ook een naam voor is? Joost mag het weten.

kataguruma
De kata-guruma uit het sambo

Kenmerk van het Kawaishi-systeem is dat technieken zijn gegroepeerd in onderwerpen en posities en dat er (opvallend) aan elke techniek een nummer is toegekend. Dit maakte het voor niet-Japanners makkelijker om naar technieken te verwijzen, zonder gedrochten als kami-ude-hishigi-jūji-gatame (kruiselingse houdgreep met armverbrijzeling vanaf boven) te moeten onthouden. In sommige dojo zeggen ze kami-ude-hishigi-jūji-gatame, in onze dojo zeggen we 1e armklem uit de 2e serie. Een stuk eenvoudiger. Inmiddels vindt er in onze dojo een soort van symbiose plaats, waarbij we met respect voor beide systemen tot een eenheid proberen te komen: standaardisering waar nodig, zoals bijvoorbeeld in kata en tijdens het groeten, en variatie waar toegestaan. Waarbij het Kōdōkan-systeem wel in het voordeel blijft, omdat alles in dat systeem zo verschrikkelijk goed is gedocumenteerd.

Wat is henka?

Deze blog begon met een eenvoudige vraag die werd opgeworpen door een van mijn twee judoleraren: Aad van Polanen (6e dan) uit Leiden: wat betekent henka in ude-hishigi-henkawaza (de 1e armklem uit de 3e serie) en ude-garami-henkawaza (de 3e armklem uit de 4e serie)? Series in het systeem van Kawaishi verwijzen naar de positie van waaruit technieken worden uitgevoerd. Zo ligt uke altijd boven op tori in de 3e serie, en zit uke altijd op handen en knieën naast tori in de 4e serie.

De ude-hishigi-henkawaza is in feite een hiza-gatame die wordt uitgevoerd vanuit rugligging. De ude-garami-henkawaza is een ude-garami die wordt uitgevoerd vanuit zijzitting (de illustraties hieronder komen uit een boek van Kawaishi zelf).

Het Kōdōkan heeft voor beide technieken geen naam. De eerste armklem is een zogenaamde hishigi 挫ぎ: een armklem op basis van overstrekking (letterlijk: verbrijzeling). De Kōdōkan kijkt wat hishigi’s betreft vooral naar het lichaamsdeel waarmee de klem wordt gemaakt:

  • Ude-hishigi-jūji-gatame (kruiselingse armverbrijzeling) (in Kawaishi bijvoorbeeld de 1e armklem uit de 1e serie)
  • Ude-hishigi-ude-gatame (armverbrijzeling met de arm) (in Kawaishi bijvoorbeeld de 3e armklem uit de 1e serie)
  • Ude-hishigi-hiza-gatame (armverbrijzeling met de knie) (in Kawaishi bijvoorbeeld de 1e armklem uit de 3e serie)
  • Ude-hishigi-waki-gatame (armverbrijzeling met de schouder) (zit niet in Kawaishi)
  • Ude-hishigi-hara-gatame (armverbrijzeling met de buik) (in Kawaishi bijvoorbeeld de 1e armklem uit de 4e serie, maar dan met de overstrekking over de buik van tori heen)
  • Ude-hishigi-te-gatame (armverbrijzeling met de hand) (zit niet in Kawaishi)

De tweede armklem is een karami 緘み: een armklem op basis van verstrengeling. Daarvan kent het Kōdōkan er maar één: de ude-garami. Alle overige armklemmen op basis van verstrengeling worden beschouwd als variaties.

Je ziet dat het in feite een hele semantische discussie is: wat de één een variatie noemt, geeft de ander weer een naam, en andersom.

De vervolgvraag is wat er precies bedoeld wordt met henka 変化. Taalkundig kan ik daar als Japanoloog een heel eenvoudig antwoord op geven: henka betekent verandering of transformatie. Maar vaak is de vraag niet wat een woord betekent. De vraag is wat ermee wordt bedoeld.

Het woord henka (verandering of transformatie) bestaat uit twee tekens: en . is een vereenvoudiging van : bovenin zitten tamelijk letterlijk drie draadjes in de knoop. Het onderste gedeelte is een hand met een stok die ergens op slaat. Vaak wordt dit gebruikt om van een begrip een werkwoord te maken (slaan is immers een handeling). In zijn geheel duidt het teken op het werkwoord verstrikken en dus instabiliteit. Het tweede teken bestaat uit een staande mens (links) en een zittende mens (rechts). Het staat voor een verandering van lichaamshouding.

De Kōdōkan gebruikt het woord henka voor technieken die halverwege van vorm veranderen: 柔道における「変化」とは、体さばきや崩しを臨機応変に駆使し、様々な動きを素早く組み合わせて、次の一手を仕掛ける動作のことです。Vertaling: Henka in het judo staat voor het vrijelijk gebruikmaken van taisabaki (lichaamsdraaiing) en kuzushi (evenwichtsverstoring) als het moment daarom vraagt, en het snel combineren van diverse bewegingen om de volgende techniek in te zetten.

Als voorbeeld draagt de Kōdōkan een tai-otoshi aan, die uke probeert te ontwijken door met zijn voet over het uitgestrekte been van tori heen te stappen. Tori doorziet dit meteen en stapt onmiddellijk met zijn been weer voor de voet van uke, of hij trekt zijn been in om de tai-otoshi om te zetten, ofwel te transformeren naar een uchi-mata. In feite hebben we het dus over een combinatie, ook wel renrakuwaza 連絡技 genoemd.

henka_kodokan
Een voorbeeld van de Kodokan voor een henkawaza.

Allemaal leuk en aardig, maar een dergelijke transformatie is bij beide armklemmen in geen velden of wegen te bekennen. En zeker omdat de term henka in dezen niet uit het Kōdōkan, maar uit het Busen komt, zou het zomaar kunnen dat de term anders moet worden geïnterpreteerd. Misschien hebben we het wel niet over een techniek die verandert, maar over een veranderde techniek, ofwel een variatie. Nou wordt binnen het Kawaishi-systeem ook de term kuzure (ingestort) vertaald als variatie, waardoor deze theorie onwaarschijnlijker wordt: want waarom twee verschillende termen gebruiken voor hetzelfde woord variatie?

De hypothese bevestigd

MyMethodofJudo_Pagina_001Gelukkig zijn er twee zeer betrouwbare bronnen die de theorie staven, namelijk Kawaishi en de Kōdōkan zelf. Kawaishi heeft diverse boeken geschreven, waaronder ook een Frans boek (Kawaishi doceerde in Frankrijk) over het nummersysteem dat hij had uitgedacht voor het judo (Ma Méthode de Judo). Op pagina 228 en pagina 240 beschrijft hij de henkawaza 変化技, en hij heeft de namen van deze technieken zelfs voorzien van een vertaling. De ude-hishigi-henkawaza noemt hij in het Frans de variante de luxation du bras (variatie op armontwrichting). De ude-garami-henkawaza noemt hij in het Frans de variante de l’enroulement du bras (variatie op armwikkeling). Het gaat dus gewoon om variaties.

De laatste twijfel wordt weggenomen door de Kōdōkan. Hieronder vind je een afbeelding met een uitleg over de kuzure-kesa-gatame, die in een eerdere blog ook al even langskwam. Twee woorden zijn met rood omcirkeld. Het eerste woord is kuzure in de naam kuzure-kesa-gatame, dat we tot nu toe altijd hebben vertaald als variatie. De tweede cirkel staat om een korte beschrijving van de techniek: kesagatame no henkawaza, staat er. Vertaling: een variatie op de kesagatameKuzure is dus een synoniem van henka: beide woorden betekenen variatie.

kuzure

Nuanceverschil

Consistent? Niet echt. Soms zijn judoka net mensen. Maar misschien is er ook wel een klein nuanceverschil. Hard kan ik dit niet maken, maar als taalkundige heb ik altijd gevonden dat kuzure een nuance in zich heeft van een evenwicht dat verloren is gegaan. Vergeet niet dat zowel kuzure 崩れ als kuzushi 崩し met hetzelfde teken worden geschreven: kuzure betekent dat het evenwicht verloren is gegaan (intransitief), terwijl kuzushi betekent dat je het evenwicht verloren doet gaan (transitief). Kuzure lijkt bijna een ongelukje: het perfecte evenwicht van de houdgreep is er niet meer, dus roei maar met de riemen die je hebt. Henka heeft deze nuance absoluut niet: dit is een variatie, gewoon omdat-ie er is. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Al naar gelang waar de wedstrijdsituatie om vraagt.

Grote dank aan Aad van Polanen (6e dan) voor het aandragen van dit onderwerp en Sebastiaan Fransen (5e dan) voor zijn geweldige referenties op het judoforum die uiteindelijk leidden naar het boek van Kawaishi zelf.

 

Advertenties

Kagamibiraki

11 januari is de dag waarop in veel dojo wereldwijd een belangrijke ceremonie plaatsvindt: de kagamibiraki 鏡開き ofwel de opening van de spiegel. Bij deze ceremonie betuigen de Japanners hun dank aan de toshigami 年神, de nieuwsjaargoden, en bidden ze om een goede gezondheid. Vaak nuttigen ze daarbij shiruko 汁粉, een soep met zoete bonen, en zōni 雑煮, een soep met stukjes rijstcake.

Vanouds hielden Japanse handelsfamilies al jaarlijks de kurabiraki 蔵開き, de opening van warenhuizen. De krijgersfamilies deden iets dergelijks: ze haalden de mochi 餅, de beruchte kleverige rijstcake die bij hun wapenrustingen was gelegd en die ook nu nog jaarlijks vele verstikkingsdoden eist, van de wapenrustingen af en maakten daar zōni van. Deze ceremonie noemden ze hatsuka 刃柄: de aard van het zwaard. Met andere tekens geschreven betekent hatsuka 二十日 de twintigste dag, hetgeen verklaart waarom deze ceremonie oorspronkelijk op 20 januari werd gehouden. Na het overlijden van Tokugawa Iemitsu 徳川家光, de derde shogun van het Tokugawa-shogunaat, werd de datum verplaatst naar 11 januari, omdat het houden van een ceremonie op de sterfdag van een dergelijke grootheid alleen maar onheil zou brengen.

Om zōni te maken, moet de rijstcake eerst worden aangesneden. Omdat het Japanse woord voor snijden, kiru 切る, echter onherroepelijk associaties oproept met harakiri 腹切, het opensnijden van de buik tijdens rituele zelfmoord, werd de mochi niet gesneden, maar gebroken of geopend. Deze mochi had een ronde vorm, die gebaseerd was op de vorm van oude ronde Japanse spiegels, en werd daarom kagamimochi 鏡餅 genoemd: spiegel-mochi.

kagamimochi
Kagamimochi. De tekens eronder staan voor geishun: het verwelkomen van de lente.
yata
Rechtsboven een wel hele beroemde spiegel: de yata no kagami 八咫鏡, een van de drie keizerlijke regalia van Japan.

Spiegels werden in de Japanse geschiedenis als magische voorwerpen gezien, die symbool stonden voor openheid en waarheid: ze weerspiegelden immers de wereld zoals die daadwerkelijk was, zonder de werkelijkheid te verdraaien. Spiegels stonden tevens symbool voor enman 円満, perfectie of harmonie, dat wordt geschreven met de tekens van respectievelijk rond en vol. Het openen van de spiegels staat symbool voor suehirogari 末広がり, het openen van de uiteinden van iets, het spreiden van een waaier, of in figuurlijkere zin het zich ontvouwen van de toekomst en dus voorspoed. Het eten van de kagamimochi wordt ook wel hagatame 歯固め genoemd, het harden en dus versterken van de tanden en daarmee de gezondheid. Oplettende judoka herkennen hierin het woord katame van katamewaza 固技: de houdgrepen. Katame 固め betekent verharden, versterken en dus ook onder controle brengen of houden.

 

SONY DSC
Een sakadaru ofwel sakevat. De vier tekens 国士無双 kokushimuso betekenen samen zoiets als nationale held, een krijger die zijn gelijke niet kent. Een dergelijk vat wordt ook wel een komodaru 菰樽 genoemd. Taru betekent vat, en komo staat voor de rieten mat om het vat heen.

Bij zo’n heuglijke gelegenheid dient natuurlijk ook de alcohol rijkelijk te vloeien. Het deksel van een sakevat (sakadaru 酒樽 of komodaru 菰樽) wordt vanwege zijn ronde vorm ook een kagami 鏡, spiegel, genoemd. Het openen van deze spiegel gebeurt met een houten hamer, een zogenaamde kizuchi 木槌.

Over twintig minuten vertrek ik naar de dojo van Richard de Bijl (8e dan) in Spijkenisse. Dat is dan op 9 in plaats van 11 januari, want we moeten wel pragmatisch blijven: op maandag moeten de meeste mensen werken.

Dat de sake maar rijkelijk mag vloeien, en dat de goden ons goedgezind mogen zijn!

kagamibiraki.jpg