De ko-soto-gake wordt soms ook wel de tegenhanger van de ō-soto-gari genoemd. Stap je bij de ō-soto-gari met je linkerbeen vooruit (uitgaande van een rechtse pakking), dan werp je met je rechterbeen, terwijl dit bij de ko-soto-gake precies andersom is. Als we echter beter naar het principe van de twee worpen gaan kijken, zien we dat het om twee totaal verschillende technieken gaat.

 

osotogari
Een o-soto-gari uit het boekje

Ō-soto-gari of in het Japans 大外刈 betekent letterlijk grote buitenwaartse maai. Gari komt van het Japanse werkwoord karu, dat maaien betekent. Dat kun je in dit geval heel letterlijk nemen, want 草を刈る (kusa wo karu) betekent in het Japans ook letterlijk het gras maaien.

 

Bij een wat professionelere uitvoering van de worp (die verder gaat dan het bij tuimeljudo gebruikelijke pootje haken) zien we die maaibeweging ook heel sterk terug: het werpbeen zwaait vér naar voren (op video’s van de Kōdōkan zelfs 90 graden) en wordt daarna helemaal teruggehaald, waarbij het standbeen van uke onderweg wordt meegenomen. Nadat de worp is uitgevoerd, hangt het werpbeen nog steeds in de lucht, maar dan 90 graden de andere kant op.

Met hangen en wurgen

 

ashiwokakeru
Dit is wat de Japanners verstaan onder ashi wo kakeru

Ko-soto-gake schrijven we als 小外掛. Gake komt van het Japanse werkwoord kakeru, dat letterlijk hangen betekent, maar daarnaast nog talloze andere betekenissen heeft. De Kōjien, dat je kunt zien als het Groot Woordenboek der Japanse Taal, geeft voor kakeru wel negen hoofddefinities, die weer zijn onderverdeeld in maar liefst achtenveertig (!) subdefinities.

Definitie 1 luidt ある物・場所などに事物の一部をささえとめる ofwel het gedeeltelijk ondersteunen en vastzetten van zaken met bepaalde voorwerpen of plekken. Dit komt bijvoorbeeld overeen met het hangen van een jas aan een kapstok, maar ook met het neerzetten van een voet op een stoel tijdens het strikken van je veters. De vertaling hangen dekt dus absoluut niet de volledige lading.

Kapitein Haak

Datgene wat we bij een kake of gake ondersteunen of neerzetten is onze voet, en in dit geval gaat het zeer specifiek om het neerzetten van je voet op het been van de tegenstander. In deze context werkt de vertaling plaatsing daarom over het algemeen het best. Het gaat hier dus om een kleine buitenwaartse plaatsing (van de voet), en niet per se om een haak, zoals in veel dojo wordt beweerd. Dat laatste is belangrijk, want uit het woord haak zou je kunnen concluderen dat het voldoende is om je onderbeen rond het standbeen van uke te slaan, zoals de meeste mensen doen. De Kōdōkan denkt daar echter anders over. Daarover straks.

Een verschil van dag en nacht

Bij de ō-soto-gari is het belangrijk dat we voorbij het been van uke stappen. Doen we dat niet, dan wordt uke bij het maken van de kuzushi (borst tegen borst) juist naar voren in plaats van naar achteren gezet. We zouden onszelf dan tegenwerken, want uke moet helemaal niet naar voren, maar juist naar achteren.

kosotogake
Het plaatje van de Kodokan: duidelijk is te zien dat het werpbeen op de hiel van uke wordt geplaatst.

Het principe van de ko-soto-gake is totaal anders. De Kōdōkan zegt: 相手の踏み出そうとする足のかかと辺りに運びますofwel breng je voet naar de hiel van het been dat de tegenstander neer wil zetten. We zetten onze voet dus neer bij de hiel van de tegenstander. Dat kan alleen als we niet voorbij de benen van uke lopen, maar er juist een beetje voor blijven staan; doen we dat niet, dan zwaaien we met ons werpbeen in het luchtledige.

 

Ook de kuzushi werkt anders dan bij de ō-soto-gari. De Kōdōkan zegt: もう片方の手で相手の肩から胸にかけて釣り上げる ofwel maak met je tsuri-te contact vanaf de schouder tot de borst van de tegenstander en trek de tegenstander omhoog. De worp zelf wordt uiteindelijk schuin naar achteren uitgevoerd, van uke’s standbeen af.

Samenvattend: bij de ō-soto-gari stappen we voorbij uke’s been, maar bij de ko-soto-gake blijven we er juist voor. Bij de ō-soto-gari maaien we, maar bij de ko-soto-gake zetten we onze voet op uke’s been. Bij de ō-soto-gari is de kuzushi borst tegen borst, maar bij de ko-soto-gake trekken we uke met de hele onderarm omhoog. Als je goed gaat kijken, lijken de twee worpen in de verste verte niet op elkaar. Het verschil is veel meer dan “stappen met links en gooien met rechts” en “stappen met rechts en gooien met links”.

Met knikkende knieën

Ik heb het geluk om tegenwoordig in meerdere dojo te trainen en van meerdere leraren les te krijgen, en je ziet dan ook talloze variaties op de ko-soto-gake. Meestal zie je tori met zijn onderbeen ergens contact met het standbeen van uke maken, maar als je (zoals ik) naast spieren ook nog wat vet op dat been hebt zitten, kan het lastig zijn om op die manier goed contact op de juiste plek van uke’s been te maken: alsof je met een pluche bat een honkbal probeert weg te slaan.

Vorige week kwam Richard de Bijl (8e dan) met een leuke variatie, die zelfs het hele principe van de worp verandert: in plaats van uke te laten struikelen over zijn eigen been, zet je je voet in de knieholte van uke. En inderdaad, de knie van uke knikt dan meteen, zodat uke door zijn standbeen zakt. Met de hiel is deze techniek is echter wel zeer blessuregevoelig voor uke.

Geen halve maar een hele zool

Het mooie van onze Kōdōkan-stroming is dat we een zakagenda hebben waarin precies staat wat de Japanners van ons verwachten. Dat is trouwens geen excuus om niet zelf na te denken, maar meestal zijn er voor bepaalde technieken wel verschrikkelijk goede redenen, waarover hele geleerde mensen al heel lang hebben nagedacht. Je moet dan wel ontzettend goede argumenten hebben om de traditioneel ingestelde Japanners te overtuigen en met iets beters op de proppen te komen.

Daarnaast biedt de Kōdōkan iets wat veel judoboeken, hoe populair dan ook, niet kunnen bieden: absolute autoriteit. Als er een discussie ontstaat over een bepaalde techniek, kan ik wel met een boekje komen, maar mijn gesprekspartner zal daar weer een ander boekje tegenover zetten. Als de Kōdōkan echter iets zegt, dan moet het bijna wel waar zijn.

Ik heb het dus opgezocht, en de Kōdōkan maakt nog een hele belangrijke opmerking waar je makkelijk overheen leest: 体重が完全に乗っている相手の足に自分の前の足裏をかけ (zet je voetzool op het been van de tegenstander waarop zijn volledige gewicht rust). Let op het woord voetzool: in de basisvorm van de Kōdōkan moeten we onze voetzool op de hiel van uke zetten.

Als we dat principe meenemen naar wat ik bij dezen de ono-ko-soto-gake doop (ono is Japans voor bijl als in Richard de Bijl), krijgen we the best of both worlds: we kunnen de knie van uke op zeer trefzekere wijze laten knikken, zonder hem daarbij al te hard te bezeren met onze hiel.

Terug naar de basis

 

kosotogake
Een ko-soto-gake uit het boekje

Verdere tips die de Kōdōkan geeft:

1. Zet de worp in zodra uke naar voren dreigt te komen.

2. Maak vóór de inzet een schijnbeweging naar achteren om uke letterlijk op het verkeerde been te zetten.

3. Trek uke met de hikite naar je toe en met de tsurite omhoog.

4. Gebruik de licht gebogen knie van je standbeen als veer om uke naar achteren te duwen (dit principe gebruikt bijvoorbeeld de bekende judoka Shin’ichi Shinohara trouwens ook bij de ō-uchi-gari).

5. Wees eventueel voorbereid op een tegenaanval in de vorm van bijvoorbeeld een ō-uchi-gari (het go-no-sen komt met nog een mooie mogelijkheid: de tai-otoshi).

Gedaanteverwisseling

Dan nog iets heel anders. De oplettende lezer zal hebben gezien dat ik het de ene keer heb over kake of kari en dan weer over gake en gari. Gaat het hier om verschillende woorden, en zo niet, waarom verandert die k dan ineens in een g?

Wel, Japanse woorden hebben de vervelende eigenschap dat medeklinkers aan het begin van een woord [kake] ineens stemhebbend kunnen worden [gake] als hetzelfde woord achter in een samengesteld woord voorkomt.

Je ziet dit bijvoorbeeld ook gebeuren bij harai (binnen het judo vertaald als veeg, maar letterlijk eerder verdrijving). Zetten we dit begrip achter in een samengesteld woord, dan verandert de h op magische wijze in een stemhebbende b: ashi-barai. De betekenis blijft echter volledig gelijk.

Deze blog zou ik nooit hebben kunnen schrijven zonder het eeuwige geduld en de geweldige adviezen van mijn grote leermeesters Aad van Polanen (6e dan), Richard de Bijl (8e dan) en Sebastiaan Fransen (5e dan).

 

Advertenties

2 gedachtes over “De ko-soto-gake

  1. Mooi artikel! Ik vind het volgende citaat van Mifune (10e dan) erg verhelderend:
    “There are three movements is ashi-waza, ‘sweeping,’ ‘hooking,’ and ‘reaping.’
    Sweeping is similar to brushing an extremely light object away.
    When hooking, you execute the technique as if pulling a rooted plant out form the ground.
    Reaping is similar to the movement of reaping and cutting off a plant at its roots with a sickle.”

    Liked by 1 persoon

    1. Dank je wel, Sebastiaan! Voor een kleine 1e dan als ik was dit mijn engste blog tot nu toe, vanwege het hoge technische gehalte. Dit stelt weer enigszins gerust 🙂 Wat Mifune zegt, zien we direct terug bij de tsurite, die de kuzushi inderdaad maakt door uke omhoog te trekken, dus door uke als het ware als een plant uit de grond te rukken. Zeer verhelderend inderdaad!

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s