De kesa-gatame

De kesa-gatame

De kesa-gatame is een van de eerste houdgrepen die je als judoka leert. Uitgaande van een rechtse pakking ligt tori op zijn rechterzij links naast uke. Tori slaat zijn rechterarm om de nek van uke heen en pakt met zijn rechterhand het pak bij de rechterschouder van uke vast. Tori voert de rechterarm van uke door onder zijn linkeroksel en controleert deze arm met zijn linkerhand. Om goed zijn balans te kunnen bewaren, brengt tori zijn rechterbeen omhoog en zijn linkerbeen omlaag. Ten slotte brengt tori zijn gezicht zo ver mogelijk naar beneden.

In de greep van religie

Vooral voor zwaardere judoka, zoals ik, is dit een fantastische en redelijk eenvoudige techniek om de tegenstander in bedwang te houden. Het is ook typisch een beginnerstechniek, en daarom is het vreemd dat veel judoka niet weten wat de kesa in kesa-gatame precies betekent.

Kesa komt oorspronkelijk van het woord kasaya uit het Sanskriet, dat niet-primaire kleur betekent. Dit woord slaat op de ooit roestkleurige gewaden van boeddhistische priesters, die geen bezittingen mochten hebben en daarom ook geen al te fleurige kleding mochten dragen. Tegenwoordig staat kesa in het Japans voor de schouderdoek van een priester.

 

kesa
De tekens ke en sa vormen samen het woord kesa. De onderkant van de tekens staat voor een kledingstuk. De bovenkanten (ke) en (sa) hebben in dit geval geen betekenis en worden puur fonetisch gebruikt. Dit omdat kesa oorspronkelijk geen Japans woord is.

Deze doek laat de rechterschouder onbedekt en loopt van de linkerschouder naar de onderkant van de rechterzij, om zo een diagonaal over het lichaam te vormen. Het is precies deze diagonaal die door tori met zijn zij wordt afgedekt als hij een kesa-gatame maakt. Deze theorie wordt ook bevestigd door de Kōdōkan: 袈裟固と言うのは、僧侶が肩からかけて着ける袈裟に似た体勢をとるため、この名が付けられました (de naam kesagatame is afgeleid van het feit dat de lichaamshouding lijkt op de kesa aan de schouder van een priester).

We komen het woord kesa ook tegen in samenstellingen als kesagiri, een kesa-slag ofwel een zwaardslag waarbij de tegenstander in een diagonale lijn vanaf de schouder tot aan de zij wordt doorklieft, en het wat onschuldigere ōgesa: een grote kesa ofwel overdrijving. Dit laatste woord kom je nog zeer regelmatig in het Japans tegen.

E99D92E893AEE999A2EFBC94
De kesa van de priester, hier op een Japanse huwelijksceremonie, is oranje gekleurd.

De Kōdōkan merkt verder nog op dat tori de schouder van uke ook kan loslaten om zijn rechterhand als steunpunt te gebruiken, mocht uke ineens besluiten om tori te gaan kantelen. Vooral vrouwen, die wat leniger zijn, hebben hier volgens de Kōdōkan een handje van, door hun heupen onder tori te brengen en vervolgens te gaan bruggen. Een gewaarschuwd man telt voor twee!

Instortende piramides

De kesa-gatame heeft ook nog een variatie: de kuzure-kesa-gatame. Kuzure is een begrip dat we wel vaker tegenkomen in het judo. In het Nederlands wordt het vaak vertaald als variatie, en in deze context kan dat ook wel. Kuzure komt van het werkwoord kuzureru, dat letterlijk instorten betekent. Het gaat dus om een ingestorte houdgreep, een houdgreep die niet meer in de oorspronkelijke vorm zit en uit zijn verband is gehaald.

 

kuzure
Het teken voor kuzure.

Kuzure wordt met een grappig teken geschreven: 崩. We zien hier twee decoratieve schelpen 朋 (voor de kenners: inmiddels gestileerd tot twee manen) onder een berg 山. De schelpen staan voor een hechte vriendschap, maar ook voor het uiteenvallen daarvan. Met de berg erbij krijgen we een piramide die uiteenvalt: instorten, zijn vorm verliezen.

 

Van voor, naar achter, naar links, naar rechts

090823_G6_B_SF01
Een ushiro-kesa-gatame.

We gaan uit van een ushiro-kesa-gatame (achterwaartse schouderdoek-
houdgreep
), die binnen de Kōdōkan als een kuzure-kesa-gatame wordt beschouwd. In het hard uitstervende systeem van Kawaishi heet dit weer een ura-gatame of 11e houdgreep, waarbij aangetekend moet worden dat zowel ura als ushiro “achter” betekenen (er is een klein nuanceverschil, maar het voert te ver om dat in een judoblog uit te leggen).

Dit is een houdgreep waarbij tori met zijn rug op uke ligt, de linkerarm van uke heeft omsloten met zijn rechteroksel en de rechterbroekspijp van uke heeft vastgepakt met zijn linkerhand. Omdat dit niet telt als een osaekomi (sinds oktober 2013 overigens weer wel), gaat tori naar voren leunen (op zijn rechterzij draaien) en kijkt hij naar onderen. Uke gaat nu bruggen of probeert dit tegen te houden met zijn vrije rechterhand, maar de greep op uke’s schouder in tori’s oksel kan worden versterkt als tori zijn rechterbeen ver naar voren brengt. Eventueel kan ook de vrije rechterarm van uke nog onder controle worden gebracht met de linkerarm van tori. Om niet uit balans te raken, brengt tori zijn rechterbeen ver naar voren en kan hij de knie van zijn linkerbeen rechtop zetten.

Hieronder zie je links de kesa-gatame en rechts de kuzure-kesa-gatame.

Met dank aan Sebastiaan Fransen (5e dan) voor zijn aanvullingen op dit blog en Marcel Heijndijk (1e dan), mijn judopartner in crime, voor het aandragen van dit onderwerp.

Advertenties

De ko-soto-gake

De ko-soto-gake

De ko-soto-gake wordt soms ook wel de tegenhanger van de ō-soto-gari genoemd. Stap je bij de ō-soto-gari met je linkerbeen vooruit (uitgaande van een rechtse pakking), dan werp je met je rechterbeen, terwijl dit bij de ko-soto-gake precies andersom is. Als we echter beter naar het principe van de twee worpen gaan kijken, zien we dat het om twee totaal verschillende technieken gaat.

 

osotogari
Een o-soto-gari uit het boekje

Ō-soto-gari of in het Japans 大外刈 betekent letterlijk grote buitenwaartse maai. Gari komt van het Japanse werkwoord karu, dat maaien betekent. Dat kun je in dit geval heel letterlijk nemen, want 草を刈る (kusa wo karu) betekent in het Japans ook letterlijk het gras maaien.

 

Bij een wat professionelere uitvoering van de worp (die verder gaat dan het bij tuimeljudo gebruikelijke pootje haken) zien we die maaibeweging ook heel sterk terug: het werpbeen zwaait vér naar voren (op video’s van de Kōdōkan zelfs 90 graden) en wordt daarna helemaal teruggehaald, waarbij het standbeen van uke onderweg wordt meegenomen. Nadat de worp is uitgevoerd, hangt het werpbeen nog steeds in de lucht, maar dan 90 graden de andere kant op.

Met hangen en wurgen

 

ashiwokakeru
Dit is wat de Japanners verstaan onder ashi wo kakeru

Ko-soto-gake schrijven we als 小外掛. Gake komt van het Japanse werkwoord kakeru, dat letterlijk hangen betekent, maar daarnaast nog talloze andere betekenissen heeft. De Kōjien, dat je kunt zien als het Groot Woordenboek der Japanse Taal, geeft voor kakeru wel negen hoofddefinities, die weer zijn onderverdeeld in maar liefst achtenveertig (!) subdefinities.

Definitie 1 luidt ある物・場所などに事物の一部をささえとめる ofwel het gedeeltelijk ondersteunen en vastzetten van zaken met bepaalde voorwerpen of plekken. Dit komt bijvoorbeeld overeen met het hangen van een jas aan een kapstok, maar ook met het neerzetten van een voet op een stoel tijdens het strikken van je veters. De vertaling hangen dekt dus absoluut niet de volledige lading.

Kapitein Haak

Datgene wat we bij een kake of gake ondersteunen of neerzetten is onze voet, en in dit geval gaat het zeer specifiek om het neerzetten van je voet op het been van de tegenstander. In deze context werkt de vertaling plaatsing daarom over het algemeen het best. Het gaat hier dus om een kleine buitenwaartse plaatsing (van de voet), en niet per se om een haak, zoals in veel dojo wordt beweerd. Dat laatste is belangrijk, want uit het woord haak zou je kunnen concluderen dat het voldoende is om je onderbeen rond het standbeen van uke te slaan, zoals de meeste mensen doen. De Kōdōkan denkt daar echter anders over. Daarover straks.

Een verschil van dag en nacht

Bij de ō-soto-gari is het belangrijk dat we voorbij het been van uke stappen. Doen we dat niet, dan wordt uke bij het maken van de kuzushi (borst tegen borst) juist naar voren in plaats van naar achteren gezet. We zouden onszelf dan tegenwerken, want uke moet helemaal niet naar voren, maar juist naar achteren.

kosotogake
Het plaatje van de Kodokan: duidelijk is te zien dat het werpbeen op de hiel van uke wordt geplaatst.

Het principe van de ko-soto-gake is totaal anders. De Kōdōkan zegt: 相手の踏み出そうとする足のかかと辺りに運びますofwel breng je voet naar de hiel van het been dat de tegenstander neer wil zetten. We zetten onze voet dus neer bij de hiel van de tegenstander. Dat kan alleen als we niet voorbij de benen van uke lopen, maar er juist een beetje voor blijven staan; doen we dat niet, dan zwaaien we met ons werpbeen in het luchtledige.

 

Ook de kuzushi werkt anders dan bij de ō-soto-gari. De Kōdōkan zegt: もう片方の手で相手の肩から胸にかけて釣り上げる ofwel maak met je tsuri-te contact vanaf de schouder tot de borst van de tegenstander en trek de tegenstander omhoog. De worp zelf wordt uiteindelijk schuin naar achteren uitgevoerd, van uke’s standbeen af.

Samenvattend: bij de ō-soto-gari stappen we voorbij uke’s been, maar bij de ko-soto-gake blijven we er juist voor. Bij de ō-soto-gari maaien we, maar bij de ko-soto-gake zetten we onze voet op uke’s been. Bij de ō-soto-gari is de kuzushi borst tegen borst, maar bij de ko-soto-gake trekken we uke met de hele onderarm omhoog. Als je goed gaat kijken, lijken de twee worpen in de verste verte niet op elkaar. Het verschil is veel meer dan “stappen met links en gooien met rechts” en “stappen met rechts en gooien met links”.

Met knikkende knieën

Ik heb het geluk om tegenwoordig in meerdere dojo te trainen en van meerdere leraren les te krijgen, en je ziet dan ook talloze variaties op de ko-soto-gake. Meestal zie je tori met zijn onderbeen ergens contact met het standbeen van uke maken, maar als je (zoals ik) naast spieren ook nog wat vet op dat been hebt zitten, kan het lastig zijn om op die manier goed contact op de juiste plek van uke’s been te maken: alsof je met een pluche bat een honkbal probeert weg te slaan.

Vorige week kwam Richard de Bijl (8e dan) met een leuke variatie, die zelfs het hele principe van de worp verandert: in plaats van uke te laten struikelen over zijn eigen been, zet je je voet in de knieholte van uke. En inderdaad, de knie van uke knikt dan meteen, zodat uke door zijn standbeen zakt. Met de hiel is deze techniek is echter wel zeer blessuregevoelig voor uke.

Geen halve maar een hele zool

Het mooie van onze Kōdōkan-stroming is dat we een zakagenda hebben waarin precies staat wat de Japanners van ons verwachten. Dat is trouwens geen excuus om niet zelf na te denken, maar meestal zijn er voor bepaalde technieken wel verschrikkelijk goede redenen, waarover hele geleerde mensen al heel lang hebben nagedacht. Je moet dan wel ontzettend goede argumenten hebben om de traditioneel ingestelde Japanners te overtuigen en met iets beters op de proppen te komen.

Daarnaast biedt de Kōdōkan iets wat veel judoboeken, hoe populair dan ook, niet kunnen bieden: absolute autoriteit. Als er een discussie ontstaat over een bepaalde techniek, kan ik wel met een boekje komen, maar mijn gesprekspartner zal daar weer een ander boekje tegenover zetten. Als de Kōdōkan echter iets zegt, dan moet het bijna wel waar zijn.

Ik heb het dus opgezocht, en de Kōdōkan maakt nog een hele belangrijke opmerking waar je makkelijk overheen leest: 体重が完全に乗っている相手の足に自分の前の足裏をかけ (zet je voetzool op het been van de tegenstander waarop zijn volledige gewicht rust). Let op het woord voetzool: in de basisvorm van de Kōdōkan moeten we onze voetzool op de hiel van uke zetten.

Als we dat principe meenemen naar wat ik bij dezen de ono-ko-soto-gake doop (ono is Japans voor bijl als in Richard de Bijl), krijgen we the best of both worlds: we kunnen de knie van uke op zeer trefzekere wijze laten knikken, zonder hem daarbij al te hard te bezeren met onze hiel.

Terug naar de basis

 

kosotogake
Een ko-soto-gake uit het boekje

Verdere tips die de Kōdōkan geeft:

1. Zet de worp in zodra uke naar voren dreigt te komen.

2. Maak vóór de inzet een schijnbeweging naar achteren om uke letterlijk op het verkeerde been te zetten.

3. Trek uke met de hikite naar je toe en met de tsurite omhoog.

4. Gebruik de licht gebogen knie van je standbeen als veer om uke naar achteren te duwen (dit principe gebruikt bijvoorbeeld de bekende judoka Shin’ichi Shinohara trouwens ook bij de ō-uchi-gari).

5. Wees eventueel voorbereid op een tegenaanval in de vorm van bijvoorbeeld een ō-uchi-gari (het go-no-sen komt met nog een mooie mogelijkheid: de tai-otoshi).

Gedaanteverwisseling

Dan nog iets heel anders. De oplettende lezer zal hebben gezien dat ik het de ene keer heb over kake of kari en dan weer over gake en gari. Gaat het hier om verschillende woorden, en zo niet, waarom verandert die k dan ineens in een g?

Wel, Japanse woorden hebben de vervelende eigenschap dat medeklinkers aan het begin van een woord [kake] ineens stemhebbend kunnen worden [gake] als hetzelfde woord achter in een samengesteld woord voorkomt.

Je ziet dit bijvoorbeeld ook gebeuren bij harai (binnen het judo vertaald als veeg, maar letterlijk eerder verdrijving). Zetten we dit begrip achter in een samengesteld woord, dan verandert de h op magische wijze in een stemhebbende b: ashi-barai. De betekenis blijft echter volledig gelijk.

Deze blog zou ik nooit hebben kunnen schrijven zonder het eeuwige geduld en de geweldige adviezen van mijn grote leermeesters Aad van Polanen (6e dan), Richard de Bijl (8e dan) en Sebastiaan Fransen (5e dan).